Overslaan en naar de inhoud gaan
Inburgering
Deze procesbeschrijving ziet op de processen zoals die golden in 2025. Het is daardoor mogelijk dat deze op het moment van raadplegen niet langer actueel is.


Inburgering

Nadat de IND een verblijfsvergunning heeft verleend, stelt DUO vast of iemand inburgeringsplichtig is en tot welke doelgroep de inburgeraar behoort: asielstatushouder of gezins- of overige migrant. Dit is van belang omdat het inburgeringstraject van een gezins- of overige migrant op enkele onderdelen afwijkt van dat van een asielstatushouder.

Zodra DUO de inburgeringsplicht heeft vastgesteld, ontvangt de inburgeraar hiervan een kennisgeving van DUO. Ook stelt DUO de voor het inburgeringstraject verantwoordelijke gemeente hiervan op de hoogte en, als het gaat om een inburgeraar die nog in de opvang verblijft, ook het COA.

 

Regierol gemeente

De gemeente waar de inburgeraar woont, of – in het geval van een inburgeraar die nog in de opvang verblijft – de gemeente waaraan de inburgeraar is gekoppeld, heeft de regie over het inburgeringstraject. In dit kader neemt de gemeente van elke inburgeraar een brede intake af, inclusief een leerbaarheidstoets. Zo vormt de gemeente zich een beeld van de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van de inburgeraar op het gebied van inburgering en participatie. Op basis hiervan wordt in het Persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP) vastgelegd welke leerroute de inburgeraar moet volgen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Ook worden in het PIP andere afspraken vastgelegd over de invulling van het inburgeringstraject.

Voor asielstatushouders start de regierol van de gemeente op het moment dat de inburgeraar aan de gemeente wordt gekoppeld. Van gemeenten wordt verwacht dat zij waar mogelijk al starten met het inburgeringstraject, terwijl de inburgeraar nog in de opvang verblijft. Omdat dit niet altijd mogelijk is vanwege praktische belemmeringen, biedt het COA in principe aan alle inburgeraars in de opvang het programma ‘Voorbereiding op de inburgering’ aan zodat zij alvast een begin kunnen maken met inburgering in afwachting van het verdere traject in de gemeente.

 

Leerroutes

Elke inburgeraar moet één van de drie leerroutes afronden om aan de inburgeringsplicht te voldoen:

  • de B1-route: een route waarin het leren van de taal idealiter wordt gecombineerd met participatie, zoals bijvoorbeeld (vrijwilligers)werk. De inburgeraar doet in deze route examen op niveau B1 of A2;
  • de onderwijsroute: in deze route wordt de inburgeraar voorbereid op instroom in een Nederlandse opleiding (mbo, hbo of wo) en doet de inburgeraar examen op minimaal niveau B1;
  • de zelfredzaamheidsroute of Z-route: deze route is bedoeld voor degenen voor wie het behalen van niveau A2 of B1 buiten bereik ligt. De inburgeraar is niet verplicht om examen te doen, maar volgt in deze route minimaal 800 uur inburgeringsles (taal en Kennis van de Nederlandse Maatschappij). Asielstatushouders zijn daarnaast verplicht om 800 uren participatie te volgen.

Verder is elke inburgeraar verplicht om een Participatieverklaringstraject (PVT) af te ronden. Inburgeraars in de B1-route en de Z-route zijn daarnaast verplicht om de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) te doen. De gemeente verzorgt de invulling van het PVT en de MAP.

Asielstatushouders hoeven hun inburgeringslessen niet zelf in te kopen: dit doet de gemeente. Aan elke asielstatushouder doet de gemeente een inburgeringsaanbod dat past bij de leerroute en andere afspraken in het PIP. Verder verzorgen gemeenten de maatschappelijke begeleiding van asielstatushouders. Gezins- en overige migranten krijgen geen maatschappelijke begeleiding en zijn zelf verantwoordelijk voor het al dan niet volgen van inburgeringslessen. Voor de bekostiging van deze lessen en de examens kunnen zij zo nodig gebruik maken van een lening, die DUO onder bepaalde voorwaarden aan hen kan verstrekken.

 

Inburgeringstermijn 

Zodra de gemeente het PIP heeft vastgesteld, start de inburgeringstermijn van drie jaar. Gedurende deze termijn houdt de gemeente zicht op de voortgang van de inburgering, onder andere door het voeren van voortgangsgesprekken.

De inburgeringstermijn kan door DUO worden verlengd als er sprake is van een situatie waarin het niet aan de inburgeraar te verwijten valt dat hij of zij niet binnen drie jaar aan de inburgeringsplicht heeft voldaan. Als het overschrijden van de termijn wel aan de inburgeraar kan worden verweten, kan DUO een boete opleggen en een nieuwe inburgeringstermijn vaststellen waarin de inburgeraar alsnog aan de inburgeringsplicht moet voldoen.

DUO stelt vast of een inburgeraar aan de inburgeringsplicht heeft voldaan. Ook kan DUO inburgeraars vrijstellen of ontheffen van de inburgeringsplicht. Inburgeraars die de B1-route of de onderwijsroute met succes hebben afgerond en ook aan de andere verplichtingen (PVT en MAP) hebben voldaan, worden in het bezit gesteld van een inburgeringsdiploma. Inburgeraars die de zelfredzaamheidsroute, PVT en MAP hebben afgerond krijgen een inburgeringscertificaat. Dit onderscheid wordt gemaakt omdat er in de zelfredzaamheidsroute geen examens behaald hoeven te worden.