Aanvraag in buitenland of in Nederland
Voor de meeste nationaliteiten geldt dat een vreemdeling tijdens de aanvraag in het buitenland verblijft, omdat een machtiging van voorlopig verblijf (mvv) nodig is om naar Nederland te kunnen afreizen. Vreemdelingen die bij hun partner in Nederland willen gaan wonen of in Nederland willen gaan werken als geestelijk bedienaar moeten, voordat zij een mvv aanvragen, eerst slagen voor het basisexamen inburgering in het buitenland. Deze examens worden verzorgd door Nederlandse diplomatieke posten. In de meeste gevallen dient een (erkend) referent de aanvraag voor een migrant direct in bij de IND. In sommige gevallen wordt de aanvraag gedaan bij de diplomatieke post in het land van herkomst of het land van bestendig verblijf van de vreemdeling. Ook dan beoordeelt de IND de aanvraag. Na inwilliging door de IND kan de vreemdeling bij de diplomatieke post zijn mvv afhalen. De aanvraag voor de mvv en de verblijfsvergunning zijn met de Wet MoMi samengevoegd in een gecombineerde procedure voor Toegang en Verblijf (TEV-procedure).
Voor een aantal nationaliteiten geldt geen mvv-plicht. Het gaat onder andere om burgers uit Australië, Canada, Japan, Monaco, Nieuw-Zeeland, Vaticaanstad, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Zuid-Korea. Zij kunnen een aanvraag voor een verblijfsvergunning zowel vanuit een derde land als in Nederland direct bij de IND indienen. Migranten met een nationaliteit van een land waarvoor de mvv-plicht geldt, zijn vrijgesteld van de mvv-plicht indien zij rechtmatig verblijf hebben in een andere EU-lidstaat en naar Nederland komen voor een van de verblijfsdoelen waarvoor een aanvraag verplicht moet worden ingediend door een erkend referent.
Aanvraag door migrant, referent of erkend referent
Voor de meeste verblijfsdoelen geldt dat een referent de aanvraag kan indienen voor de migrant. Dit kan een particulier persoon zijn (een ‘sociaal referent’), bijvoorbeeld voor gezinsmigratie, of een zakelijke referent, zoals de werkgever. Zakelijke referenten hebben een informatieplicht, administratieplicht en in bepaalde gevallen ook een zorgplicht.1 Als er geen referent is, vraagt de migrant de verblijfsvergunning en eventueel de mvv zelf aan.
Voor zakelijke referenten bestaat de mogelijkheid om ‘erkend referent’ te worden, als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.2 Erkenning brengt verscheidene voordelen met zich mee, zoals toegang tot online dienstverlening, een beslistermijn van twee weken (streeftermijn) en de erkend referent hoeft minder bewijsstukken mee te sturen met de aanvraag. De IND houdt toezicht op (erkend) referenten en heeft de mogelijkheid handhavend op te treden indien plichten worden geschonden of niet (langer) aan de voorwaarden voor erkenning wordt voldaan. Hierbij werkt de IND nauw samen met de Nederlandse Arbeidsinspectie, die de Wet arbeid vreemdelingen handhaaft.
Voor een viertal verblijfsdoelen kan een aanvraag alleen worden ingediend door een erkend referent. Het gaat om uitwisseling (behalve Working Holiday Program), studie, arbeid als kennismigrant en onderzoek in de zin van Richtlijn (EU) 2016/801.3 Voor de volgende verblijfsdoelen geldt dat het erkend referentschap mogelijk is, maar niet verplicht voor het indienen van een aanvraag: voor arbeid in loondienst, seizoenarbeid, lerend werken, overplaatsing binnen een onderneming4 en, tot de richtlijn door Nederland is geïmplementeerd, verblijf als houder van een Europese blauwe kaart. Ook een niet-erkende zakelijke referent kan dus een aanvraag indienen.
1 Informatieplicht: De (erkend) referent moet veranderingen die gevolgen hebben voor de verblijfsvergunning van de migrant of zijn eigen erkenning binnen 4 weken melden bij de IND. Administratieplicht: De (erkend) referent moet alle van belangzijde informatie over de migrant in zijn administratie bewaren. Zorgplicht: De (erkend) referent draagt zorg voor een zorgvuldige werving en selectie van de migrant. Ook moet hij de migrant informeren over de toelatings- en verblijfsvoorwaarden en andere belangrijke regels.
2 Voor meer informatie over de voorwaarden: Erkenning als referent | IND.
3 Richtlijn (EU) 2016/801 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten.
4 Richtlijn (EU) 2014/66 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming.